Verhaal van Leny Valstar-Koning

Ik heb geen leeftijdsgenoten meer om me heen 

100 jaar oud worden is wonderlijk, maar ook niet makkelijk. Zeker niet sinds ik niet meer kan lopen en in een rolstoel ben beland. Dat is nu ruim een jaar geleden. Toen ik 99 jaar werd hebben we nog uitbundig aan het strand mijn verjaardag gevierd en de volgende dag had ik geen kracht meer in mijn benen. Gewoon ouderdom. 

Sinds 1977 ben ik weduwe. Mijn man werkte bij de Belastingdienst en had een goede baan. Hij was inspecteur bij registratie en successie. Hij bouwde pensioen op bij ABP. Ik ontvang nu nabestaandenpensioen. Ik ben dus een dure voor jullie, want ik blijf maar leven. 

Zelf heb ik geen pensioen opgebouwd. Mijn middelbare schoolopleiding eindigde in de oorlog. Ik zat op het gymnasium. Na de oorlog moest ik weer opnieuw beginnen en heb ik in 1 jaar de kweekschool doorlopen. Dat kon toen, omdat er een gebrek was aan onderwijzers. Maar ik heb niet voor de klas gestaan. Ik wilde trouwen en als getrouwde vrouw mocht je indertijd niet werken. Dat vinden jullie allemaal heel erg. Sommige mensen doen daar heel dramatisch over. Maar ik heb het niet zo erg gevonden. Ik heb altijd veel gedaan, ook vrijwilligerswerk. 

En het huishouden was toen veel zwaarder. Nu gaat alles automatisch. Het leven was toen heel anders. We hadden ook geen naschoolse opvang waar de kinderen naartoe konden. Het was gewoon een heel ander leven en niet te vergelijken met nu. 

Er zijn veel mooie uitvindingen gedaan in de 100 jaar dat ik leef. De 1e televisie zag ik op de Wereldtentoonstelling in Brussel. Dat was in 1958. De telefoon is ook fantastisch. Die hadden we vroeger ook niet. En rond 1970 zat ik voor het eerst in een vliegtuig. 

Mijn man en ik scheelden 10 jaar. Ik was 55 toen hij overleed aan kanker. Zijn collega’s van de inspectie vonden het verschrikkelijk voor mij en hebben geregeld dat mijn nabestaandenpensioen in gang werd gezet. Ik heb het heel goed dankzij mijn AOW en nabestaandenpensioen van ABP. 

Ik woonde indertijd in Zutphen en besloot op een gegeven moment mijn typediploma te halen. Tegen de 60 moet ik toen zijn geweest. Ik zat in een klas met allemaal jonge kinderen. Dus ik was verreweg de oudste. Dankzij dat typediploma en de ervaring die ik had opgedaan met vrijwilligerswerk kreeg ik een baan aangeboden bij een psychiatrische inrichting. Ze hadden iemand nodig en dachten aan mij. Ik moest notuleren en de gegevens uittypen. Het was eigenlijk maar een tijdelijk baan en ik bouwde geen pensioen op. Maar ik ben 5 jaar gebleven. 

29 jaar geleden ben ik van Zutphen naar een serviceflat in Bergen verhuisd. Dat is wat dichter bij mijn dochter. Het is ook dichter bij Schagen, de plek waar ik geboren ben. Er woont hier in het complex iemand van 87 die ook uit Schagen komt. Dan komen er allerlei herinneringen boven. Zijn vader was melkboer. En in de Volkskrant stond niet zo lang geleden een interview met een man van 100 die bij mij op school heeft gezeten. We hebben met elkaar gebeld. En ik bel nog met een klasgenoot van vroeger. Zij is 99 en woont in Heemstede. Het lukt niet meer om elkaar op te zoeken.  

Verder heb ik nog contact met de kinderen van buren van vroeger. Ik ben niet alleen. Maar dat er bijna niemand meer is van mijn generatie, dat vind ik moeilijk. Ik heb geen leeftijdgenoten meer om me heen.  

 

Deel deze pagina